Het verschil tussen het fysieke en energetische lichaam in trauma werk
Je lichaam toont het al nog voor je het doorhebt.
Veel mensen denken dat ze “pas iets voelen” wanneer ze het kunnen benoemen. Maar in werkelijkheid gebeurt er veel meer in het systeem dan wat je mentaal kan volgen. Zeker in trauma werk is dat duidelijk: het lichaam en de energie werken niet los van elkaar, maar ook niet altijd synchroon.
In mijn werk maak ik een onderscheid tussen het fysieke lichaam en het energetische lichaam. Niet als iets zweverigs, maar als twee lagen die constant met elkaar in interactie staan.
Het fysieke lichaam als uitdrukking
Het fysieke lichaam is wat je kan zien en voelen: spieren, houding, ademhaling, spanning, beweging.
Het is vaak de eerste plek waar mensen iets beginnen te herkennen:
een vastzittende kaak, een gespannen borstkas, oppervlakkige ademhaling, een lichaam dat niet kan ontspannen.
Maar dat fysieke lichaam is niet het beginpunt. Het is de uitdrukking van iets wat al langer speelt in het systeem.
Het energetische lichaam als onderlaag
Het energetische lichaam is minder tastbaar, maar niet minder reëel. Het gaat over de lading, richting en staat van het systeem.
Is er openheid of inkrimping?
Is er spanning of flow?
Is er beweging naar buiten of juist terugtrekking?
Die laag gaat vooraf aan wat je fysiek ziet. Soms wordt ze meteen zichtbaar in het lichaam, soms blijft ze eerst langer “hangen” in het veld van iemand, voor het zich vertaalt in fysieke spanning of gedrag.
Hoe energie zich vertaalt in het lichaam
Wanneer energie niet vrij kan bewegen, zie je dat terug in het lichaam. Niet altijd direct, maar wel structureel.
In een systeem dat constant “aan” staat.
In vermoeidheid die niet verdwijnt.
In een lichaam dat gespannen blijft, zelfs in rust.
In een ademhaling die oppervlakkig blijft.
Het lichaam is niet het probleem. Het lichaam past zich aan.
Trauma leeft in het volledige systeem
Trauma zit niet alleen in gedachten of herinneringen. Het leeft in het hele systeem: fysiek, emotioneel en energetisch.
Dat zie je in:
een ademhaling die zich inhoudt
een borstkas die vastzit
een lichaam dat niet meer volledig kan ontspannen
een zenuwstelsel dat veiligheid niet meer herkent
Dit zijn geen losse signalen. Het zijn patronen die ontstaan wanneer het systeem zich heeft moeten aanpassen om te overleven.
Werken met lichaam én energie
In mijn trauma werk kijk ik daarom nooit naar één laag.
Ik kijk naar wat het lichaam toont, maar ook naar wat de energie doet onder de oppervlakte.
Waar zit controle?
Waar zit overleving?
Waar trekt het systeem samen of sluit het af?
En hoe begint dat zich te vertalen in het fysieke lichaam?
Van daaruit werk ik met beweging, spanning, ontlading en vertraging. Niet om iets te “fixen”, maar om het systeem opnieuw capaciteit te geven om te voelen en te dragen.
Healing als capaciteit opbouwen
Healing is geen loslaten in de klassieke zin.
Het is het opnieuw opbouwen van capaciteit:
een lichaam dat veiligheid kan dragen,
een systeem waar energie opnieuw kan bewegen,
en een mens die niet langer enkel in overleving leeft.
Graag meer info? Stuur me vrijblijven voor info of om een gratis kennismakingsgesprek in te plannen.